Menu
HLB Van Daal

Alarmerende ontwikkelingen voor Belgische pensionado’s

Gepubliceerd op

Wist u dat inwoners van België die een pensioen vanuit Nederland ontvangen mogelijk zwaarder belast gaan worden? Rechtbank Zeeland-West-Brabant heeft kort geleden geoordeeld over de zogenaamde € 25.000 grens. Dit kan tot gevolg hebben dat een pensioenuitkering ook in Nederland wordt belast in plaats van alleen in België. We vertellen u graag meer.

Alarmerende ontwikkelingen voor Belgische pensionado’s

Wat zegt het belastingverdrag?

Wanneer u in België woont en in Nederland pensioen heeft opgebouwd, wordt dit pensioen op basis van artikel 18 van het belastingverdrag tussen Nederland en België op grond van de hoofdregel in België (het woonland) belast. Echter, onder bepaalde voorwaarden komt het heffingsrecht (ook) toe aan Nederland (het bronland). Dit gebeurt namelijk wanneer:

  • Het pensioen en/of de lijfrente gefaciliteerd is opgebouwd in Nederland. Met andere woorden: de betaalde premies zijn in het verleden op het Nederlandse belastbare inkomen in mindering gebracht;
  • De uitkeringen in België voor minder dan 90% in de worden heffing betrokken of wanneer het inkomen in België niet belast wordt tegen het tarief dat geldt voor het inkomen uit dienstbetrekking; en
  • Het brutobedrag van de uitkeringen hoger is dan € 25.000.

De vraag is nu wat er precies onder de € 25.000 grens valt? Voorheen ging men ervan uit dat, op grond van het belastingverdrag het heffingsrecht pas bij Nederland terecht zou komen wanneer het pensioenbedrag dat in België niet progressief wordt belast, boven de grens van € 25.000 uitkomt. Rechtbank Zeeland-West-Brabant heeft echter op 4 maart 2021 besloten, dat er gekeken moet worden naar het gros van de bruto-pensioenuitkeringen en niet meer naar de afzonderlijke pensioenbestanddelen.

Het geschil

In de zaak van 4 maart 2021 was het volgende aan de orde: X was inwoner van België en hij ontving Nederlandse pensioen-, lijfrente- en AOW-uitkeringen. X stelt dat alleen het pensioen dat in België niet progressief belast is in aanmerking moet worden genomen om te kijken of er aan de grens van € 25.000 wordt voldaan. Wanneer dit zo zou zijn, dan zouden bij hem de uitkeringen onder de € 25.000 grens blijven en heeft België het heffingsrecht. Echter de inspecteur stelt dat er gekeken moet worden naar alle bruto pensioenuitkeringen, waardoor hij wel boven de € 25.000 grens uitkomt en het heffingsrecht bij Nederland terecht komt.

De Rechtbank geeft de inspecteur gelijk. Er moet dus niet alleen gekeken worden naar de afzonderlijke pensioenbestanddelen, maar naar álle uit de bronstaat afkomstige pensioenen en lijfrente-uitkeringen. Belangrijk om hierbij te vermelden is dat een Nederlandse AOW-uitkering hier niet bij opgeteld wordt wanneer deze in België belast wordt tegen het progressieve inkomstenbelastingtarief.

Bijvoorbeeld: het pensioen uit dienstbetrekking bedraagt € 29.000. Dit is in Nederland gefacilieerd opgebouwd. In België is dit deels progressief belast en deels niet. Niet progressief belast is stel € 23.500, wat dus minder is dan € 25.000. De rechtbank vindt nu dus dat er gekeken moet worden naar de gehele bruto uitkering. Alleen wanneer onherroepelijk vaststaat dat België feitelijk meer dan 90% van het pensioen tegen het normale tarief in de heffing betrekt of wanneer de pensioenopbouw niet gefacilieerd is geweest in Nederland, treedt Nederland terug.

En nu?

Het is afwachten of in hoger beroep deze beslissing standhoudt. Wel is het duidelijk dat de Nederlandse belastingdienst hier actief mee bezig is en dat het belangrijk is om hier goed naar te kijken of deze situatie voor u van toepassing is.

Heeft u nog vragen?

Neem direct contact op met mr. M.C.A. (Marc) Lichtenberg RB, Belastingadviseur bij HLB Van Daal in Waalwijk.

Stuur een e-mail of bel +31 (0)416 33 05 05
mr. M.C.A. (Marc) Lichtenberg RB