Menu
Actueel

Ruimere mogelijkheden om houdsterverliezen te verrekenen

Gepubliceerd op

Door een recente uitspraak van de Hoge Raad wordt de mogelijkheid om houdsterverliezen onder de overgangsregeling te verrekenen verruimd. We vertellen u graag meer over de mogelijkheden.

Ruimere mogelijkheden om houdsterverliezen te verrekenen

Er is sprake van een houdstervennootschap als een vennootschap (nagenoeg) het gehele jaar (nagenoeg) uitsluitend bestaat uit het houden van deelnemingen en/of het financieren van verbonden lichamen. Indien met deze activiteiten verliezen worden behaald, kwalificeren deze als houdsterverliezen. Onder de overgangsregeling is het verlies van een houdsteractiviteit slechts verrekenbaar met de winst in het jaar waarin de vennootschap ook als houdstervennootschap kwalificeert. Het verrekenen van houdsterverliezen, welke zijn ontstaan voor 1 januari 2019, is zodoende lastig.

Houdsterverliezen mogen niet verrekend worden met operationele winsten. Om deze houdsterverliezen te kunnen verrekenen, moeten er dus ten minste positieve houdsterwinsten worden genereerd. Houdsterwinsten kunnen in beginsel niet worden gerealiseerd door een verschuiving aan te brengen in vorderingen op verbonden lichamen (bijvoorbeeld het creëren van belastbare rentebaten). Door de vorderingensaldotoets mag de boekwaarde van vorderingen en schulden met verbonden lichamen in het jaar van verrekening niet groter zijn dan het desbetreffende saldo aan het einde van het jaar waarin het houdsterverlies is geleden. Deze regeling blijft buiten toepassing, als de houdstervennootschap aannemelijk maakt dat de wijziging van het saldo niet in overwegende mate is gericht op verruiming van de verliesverrekening. Hiervan is sprake als bijvoorbeeld vanuit een zakelijk oogpunt bezien behoefte is aan extra financieringsruimte.

Door een recente uitspraak van de Hoge Raad wordt de mogelijkheid om houdsterverliezen onder de overgangsregeling te verrekenen verruimd. De houdsterverliezen mogen onder voorwaarden als voorvoegingsverliezen verrekend worden met de winst van een nieuwe dochtervennootschap. De door de houdstervennootschap opgerichte dochtervennootschap moet bij oprichting direct toe worden gevoegd in de fiscale eenheid vennootschapsbelasting met de houdstervennootschap als moedervennootschap. In deze situatie mag de belastbare winst van de gevoegde dochtervennootschap worden toegerekend aan de houdstervennootschap. Indien het resultaat van de fiscale eenheid na de verrekening van de verliezen binnen de fiscale eenheid positief is, kan deze winst vervolgens worden verrekend met de houdstervoorvoegingsverliezen. Hierdoor kunnen houdsterverliezen alsnog waardevol worden. Dit in tegenstelling tot het standpunt van de Belastingdienst. De Belastingdienst is van mening dat na de voeging van een actieve dochtervennootschap in de fiscale eenheid met een houdstervennootschap, voor de kwalificatie van een houdsterwinst alle activiteiten van de fiscale eenheid moeten worden beoordeeld. Hierdoor werden de voorvoegingshoudsterverliezen voorheen veelal waardeloos.

De uitkomst van het arrest is in strijd met de doel en strekking van de houdsterverliesovergangsregeling, maar is niet in strijd met de bepalingen omtrent verrekening van voorvoegingsverliezen welke gelden voor fiscale eenheid situaties. Dat bestaande houdsterverliezen verrekenbaar zijn met operationele winsten van een nieuwe gevoegde dochtervennootschap komt door de grammaticale interpretatie van de samenstel van de bepalingen aldus de Hoge Raad.

De houdsterverliesregeling is per 2019 afgeschaft met een overgangsrecht. Vanaf 1 januari 2019 worden verliezen niet meer als houdsterverliezen gekwalificeerd. De op 1 januari 2019 bestaande houdsterverliezen zijn op basis van de huidige regeling tot 1 januari 2028 verrekenbaar met houdsterwinsten. Door de invoering van de nieuwe verliesverrekeningsbeperking per 1 januari 2022 zijn “voormalige houdsterverliezen”, welke op 1 januari 2022 bestaan, in beginsel zelfs onbeperkt voorwaarts verrekenbaar. De invoering van de nieuwe verliesverrekeningsregels in combinatie met het gewezen arrest biedt onder omstandigheden mogelijkheden om bestaande houdsterverliezen te kunnen verrekenen.

Gezien het belang bestaat een reële kans dat de wetgever in actie zal gaan komen. Het is hierbij niet uit te sluiten dat de wijzigingen in de wetgeving met terugwerkende kracht tot aan de datum van het arrest tot stand zullen komen en bovenstaande eventuele mogelijkheden alsnog verloren gaan.

Heeft u nog vragen?

Neem direct contact op met C.S.J. (Cheyenne) Mikkers, Junior Belastingadviseur bij HLB Van Daal in Schijndel.

Stuur een e-mail of bel +31 (0)73 547 49 47
C.S.J. (Cheyenne) Mikkers