Menu
Actueel

Veelgestelde vragen over de Tijdelijke Noodmaatregel Overbrugging voor Werkgelegenheid (NOW)

Gepubliceerd op

Wij ontvangen vanuit onze klanten en relaties veel vragen over de Tijdelijke Noodmaatregel Overbrugging voor Werkgelegenheid (NOW). De meest gestelde vragen hebben wij voor u op een rij gezet.

Veelgestelde vragen over de Tijdelijke Noodmaatregel Overbrugging voor Werkgelegenheid (NOW)

1. Gedurende welke periode kan ik de NOW aanvragen?

Vanaf 6 april jl. is het ‘loket’ van het UWV geopend en kunnen wij de aanvragen NOW indienen. U kunt de NOW aanvragen tot en met zondag 31 mei 2020.

2. Welke gegevens moet ik aanleveren bij de aanvraag NOW?

De benodigde gegevens hebben wij vermeld op het Aanvraagformulier Tijdelijke Noodmaatregel Overbrugging voor Werkbehoud (NOW)

Het UWV heeft aangegeven dat er ook een recente kopie van uw bankafschrift bij de aanvraag moet worden meegezonden. Het UWV stelt hieraan de volgende voorwaarden:

  • Maak een scan van het afschrift van uw bankrekening.
  • Het bankrekeningnummer en de naam van de rekeninghouder moeten goed op de scan zichtbaar zijn. De overige gegevens mag u zwart maken.
  • Sla de scan op als pdf-, jpeg-, jpg- of png-bestand. Het bestand mag maximaal 4MB groot zijn.
  • Het gaat om het bankrekeningnummer dat de Belastingdienst gebruikt om te veel betaalde loonheffingen aan u terug te betalen.

Mogen wij de NOW-subsidie namens u aanvragen? Dan verzoeken wij u het formulier in te vullen en samen met een kopie bankafschrift per e-mail te retourneren aan NOW@hlb-van-daal.nl. Wij gaan dan zo spoedig mogelijk met uw aanvraag aan de slag.

3. Mijn onderneming is onderdeel van een groep c.q. concern. Hoe moet ik mijn omzetdaling voor de NOW bepalen?

Voor werkgevers die bestaan uit één rechtspersoon of natuurlijk persoon gaat het om de (verwachte) omzetdaling op het niveau van de natuurlijke persoon of rechtspersoon. Is er sprake van een samenstelling van rechtspersonen? Dan geldt de omzetdaling op concernniveau. Daarmee wordt zo goed mogelijk aangesloten bij het verband tussen de omzetdaling en inzet van personeel en bij wat in het jaarrekeningenrecht gebruikelijk is.  Bij deze bepaling geldt dat alleen de omzet meetelt van concernonderdelen met Nederlands sociaalverzekeringsloon. De huidige tekst van de NOW leidt ertoe dat een buitenlands concernonderdeel dat met Nederlandse werkgevers in een groep is verenigd, de totale buitenlandse omzet meetelt, ook als slechts één van de bijvoorbeeld duizend medewerkers in Nederland SV-loon heeft. 

Voor de toepassing van deze regeling geldt als concern de groep van vennootschappen die een groep vormen als bedoeld in art. 2:24b BW. Minderheidsdeelnemingen waarin u geen doorslaggevende zeggenschap heeft, vormen daarom geen onderdeel van het concern waarvan de omzet moet worden berekend. Vervreemding van een aandelenbelang waardoor u niet meer tot een groep behoort, leidt er dan ook toe dat vanaf dat moment de omzet niet meer samengeteld moet worden.

Dienen onderdelen van een concern de NOW aan? Dan moet er per loonheffingnummer een aanvraag voor de NOW te worden ingediend. Verder dienen zij bij die aanvraag allemaal uit te gaan van dezelfde omzetdaling op concernniveau en dezelfde meetperiode. Het is dus niet mogelijk om voor het ene concernonderdeel uit te gaan van de omzet over maart tot en met mei 2020 en voor het andere concernonderdeel van de omzet over mei tot en met juli 2020. 

4. Wanneer ontvang ik het voorschot NOW?

Op basis van de ingediende aanvraag verstrekt het UWV een voorschot ter hoogte van 80% van de verwachte tegemoetkoming. Dit voorschot wordt in drie termijnen aan u betaald. Het UWV verwacht het eerste deel uiterlijk na vier weken uit te betalen, de andere twee termijnen volgen telkens een maand later.

Let op: formeel heeft het UWV 13 weken de tijd om het voorschot uit te betalen, in incidentele gevallen kan het dus voorkomen dat het voorschot langer dan vier weken op zich laat wachten.

5. Binnen welke termijn wordt het restant van de NOW subsidie uitbetaald? 

Binnen 22 weken na afloop van de periode waarin de omzetdaling heeft plaatsgevonden (de meetperiode die u heeft gekozen) moeten wij, via een door het UWV nog te ontwikkelen formulier, een verzoek indienen bij het UWV om vaststelling van de subsidie. Op basis van door aangeleverde definitieve gegevens over de omzetdaling kan vastgesteld worden hoe groot de daadwerkelijke omzetdaling is geweest en of aan alle aan u opgelegde verplichtingen in het kader van de NOW is voldaan. Hiervoor is een accountantsverklaring vereist, de inhoud en vereisten aan deze accountantsverklaring zullen nog bekend worden gemaakt.

Binnen 52 weken na ontvangst van bovengenoemde gegevens wordt de definitieve subsidie vastgesteld. Bij de afrekening kan sprake zijn van terugvordering of nabetaling. 

6. Kan ik ook voor uitzendkrachten en payrollkrachten NOW aanvragen?

Ingeleende krachten (zoals uitzendkrachten en payrollkrachten) tellen niet mee in uw loonsom, ondanks dat deze mensen bij u de werkzaamheden verrichten. U kunt voor deze mensen dus geen NOW aanvragen.

De NOW-regeling geldt wel voor uitzendbureaus en payrollwerkgevers. De payrollwerkgever c.q. het uitzendbureau kan via de NOW een tegemoetkoming aanvragen en worden gecompenseerd voor de loonkosten voor mensen die hij in dienst heeft. Voor payrollwerkgevers en uitzendbureaus gelden vervolgens dezelfde voorwaarden als voor andere werkgevers. 

7. Kom ik als DGA ook in aanmerking voor de NOW?

Bent u directeur-grootaandeelhouder (DGA) en niet verzekeringsplichtig voor de werknemersverzekeringen? Dan komt u zelf helaas niet in aanmerking voor toepassing van de Tijdelijke Noodmaatregel ter Overbrugging van Werkbehoud (NOW). 

Lees meer over wat eventueel voor u als DGA de alternatieven zijn >

8. Kan ik als zorgaanbieder ook in aanmerking komen voor de NOW?

Bent u zorgaanbieder en niet direct betrokken bij de zorg aan coronapatiënten? Dan kunt u in aanmerking komen voor een maandelijkse continuïteitsbijdrage vanuit de zorgverzekeraars. Op die manier wordt u gecompenseerd voor een lagere omzet als gevolg van de coronacrisis. Met de bijdrage kunt u onder meer uw hun vaste lasten blijven betalen, zoals personeels- en huisvestigingskosten. 

Lees meer over deze regeling >

Een belangrijke voorwaarde om in aanmerking te komen voor de continuïteitsbijdrage is dat u geen aanspraak maakt op de NOW, behalve voor het deel omzetdaling dat mogelijk resteert na aftrek van de vergoeding vanuit de continuïteitsregeling. Mondzorgkoepels ANT, NVM-mondhygiënisten, ONT en de KNMT bevestigen dat de NOW-regeling wel kan worden aangevraagd voor het deel van de omzetdaling dat niet ziet op het verzekerde deel (basis en aanvullend).

U moet zich als zorgaanbieder voor ondersteuning dus in eerste instantie wenden tot de continuïteitsregeling en nagaan of u vanuit deze regeling steun kunt krijgen.

9. Moet ik mijn oproepkrachten doorbetalen?

De NOW geldt ook voor medewerkers voor wie u geen loondoorbetalingsplicht heeft, zoals flexwerkers en medewerkers met een oproepcontract / nulurencontract. U moet wel het loon doorbetalen. De loonsom van januari 2020 is leidend voor wat betreft de loonkosten waarover de subsidie berekend wordt. Een optie is om de oproepkrachten tenminste op basis van de gewerkte uren van januari 2020 de komende maanden maart, april en mei loon door te betalen. 

Let op: heeft u oproepkrachten het loon niet doorbetaald in de maanden maart, april en mei? Dan leidt dit tot een lagere loonsom wat kan leiden tot een (gedeeltelijke) terugbetaling van de verkregen NOW-subsidie.

10. Wat gebeurt er als ik een lagere loonsom heb in de maanden maart, april en mei ten opzichte van januari 2020?

De loonsom van januari 2020 is leidend voor wat betreft de loonkosten waarover het voorschot van de NOW-subsidie berekend wordt. Heeft het UWV geen gegevens over de maand januari 2020? Dan kijken ze naar de loonsom over de maand november 2019. In het vervolg gaan we gemakshalve uit van januari 2020.

Achteraf wordt de daadwerkelijke NOW-subsidie berekend en dan wordt gekeken naar de daadwerkelijke loonsom over de maanden maart, april en mei. Tevens wordt dan gekeken naar de daadwerkelijke omzetdaling over het tijdvak van drie maanden dat u heeft gekozen bij de indiening van de aanvraag NOW. U heeft immers op dat moment inzicht in de werkelijke loonsom alsmede de werkelijk gemaakte omzet.

Stel nu dat de daadwerkelijke loonsom gemiddeld lager was dan de loonsom januari 2020, dan volgt er een correctie van de NOW-subsidie; deze zal lager worden. In beginsel was het nog onduidelijk hoe deze correctie zou worden berekend. Inmiddels is daar meer duidelijkheid over en blijkt dat deze correctie veel nadeliger uitpakt dan eerder gedacht.

Bij een daling van de loonsom wordt de NOW-subsidie namelijk altijd gekort met 90% van de loonsomdaling. De correctie houdt dus geen rekening met het percentage van de omzetdaling.

Een voorbeeld:

Een werkgever heeft in januari 2020 een loonsom van € 1.000.000 en een verwachte omzetdaling van 50%. Dat leidt tot een verwachte vaststelling van de subsidie van (50% x € 1.000.000 x 3 x 1,3 x 90%) = € 1.755.000 in totaal. Hiervan krijgt de werkgever een voorschot van € 1.404.000, te weten 80%.

De gerealiseerde omzetdaling blijkt achteraf daadwerkelijk 50% te zijn. De uiteindelijke loonsom over de maanden maart, april en mei 2020 is € 2.400.000. Het verschil in loonsom (gemiddeld € 200.000 per maand minder) wordt als volgt verwerkt in de vaststelling:

  • Het eerste deel van de subsidie wordt vastgesteld zoals verwacht, € 1.755.000 in totaal.
  • Aangezien de loonsom met in totaal € 600.000 is gedaald, wordt het bedrag van de subsidie (en dus niet louter de variabele van de loonsom) verminderd. Deze vermindering is (€ 1.000.000 x 3) – € 2.400.000) x 1,3 x 90% = € 702.000. De subsidie wordt dus vastgesteld op € 1.755.000 – € 702.000 = € 1.053.000.

Er wordt € 1.404.000 – € 1.053.000 = € 351.000 teruggevorderd van de werkgever.

Wanneer alleen de loonsom verminderd zou worden in de berekening (en dus rekening gehouden was met de omzetdaling van 50%), zou de uitkomst de volgende zijn geweest: (50% x € 2.400.000 x 1,3 x 90%) = € 1.404.000. Doordat geen rekening wordt gehouden met het omzetverlies, wordt de werkgever dus voor een bedrag van € 351.000 extra gekort in de subsidie. 

In bovenstaande rekenvoorbeeld resulteert de verlaging van de loonsom van € 600.000 tot een verlaging van de subsidie van € 702.000 in plaats van slechts € 351.000. Per saldo heeft de loonsomverlaging bij deze werkgever dus geleid tot een negatief in plaats van een positief effect. 

Het voornoemde effect wordt versterkt naar mate de omzetdaling een lager percentage is. Een verlaging van de loonsom kan verschillende oorzaken hebben, zoals het niet verlengen van contracten voor bepaalde tijd, een medewerker die zelf opzegt en uit dienst gaat en het niet doorbetalen van oproepkrachten. Het is dus verstandig goed na te denken en de gevolgen door te rekenen, voordat u als werkgever besluit over te gaan tot niet-verlenging van contracten of niet/minder doorbetalen van oproepkrachten. Dit kan immers potentieel juist een negatief financieel effect hebben. 

11. Moet ik de reiskostenvergoeding en onkostenvergoeding van mijn personeel doorbetalen als mijn medewerkers langdurig thuiswerken (althans, niet aanwezig zijn op het werk)?

Als een medewerker langdurig moet thuiswerken, betekent dit niet automatisch dat u hem voor die periode geen onbelaste reiskostenvergoeding meer kan geven. Er gelden wel strikte voorwaarden voor het doorbetalen van de vergoeding aan bijvoorbeeld medewerkers die in isolatie zitten vanwege het coronavirus.

Voor reiskostenvergoedingen bestaat een gerichte vrijstelling. Daarbij geldt een vast bedrag van € 0,19 per kilometer of de kosten van het openbaar vervoer. Als u achteraf op basis van declaraties van de medewerker de reiskosten vergoedt, krijgt hij natuurlijk geen declaraties als de medewerker niet gereisd heeft. Medewerkers in corona-quarantaine (of medewerkers die thuiswerken) krijgen dan dus geen reiskostenvergoeding meer.

Een vaste kostenvergoeding mag wel doorlopen. Geeft u een medewerker een vaste reiskostenvergoeding? Dan geldt er een bijzondere regel bij langdurige afwezigheid. U mag dan tijdens maximaal zes aaneensluitende weken de vaste vergoeding doorbetalen. Verwacht u dat de medewerker langdurig afwezig is? Dan mag u de vaste onbelaste reiskostenvergoeding nog uitbetalen tijdens de lopende en de eerstvolgende kalendermaand. Komt de medewerker weer naar het werk, dan mag u pas weer reiskostenvergoeding betalen vanaf de maand ná de maand waarin de medewerker weer gaat werken.

Het bovenstaande geldt in beginsel ook voor andere onkostenvergoedingen, met dien verstande dat kosten die de medewerker bij bijvoorbeeld thuiswerken nog steeds maakt (bijvoorbeeld bepaalde abonnementen of vergoeding van internet thuis, etc.) ook na de genoemde periode van zes weken gewoon vergoed kunnen worden.

UPDATE 15 april 2020
Middels het ‘Besluit noodmaatregelen coronacrisis’ heeft de Staatssecretaris van Financiën het volgende besloten met betrekking tot de reiskostenvergoeding;

Voor reiskosten met een vast en gelijkmatig karakter bestaat de mogelijkheid een vaste onbelaste vergoeding af te spreken, bijvoorbeeld voor het woon-werktraject [...]. Voor veel werknemers leiden de maatregelen rondom de coronacrisis wat betreft de kosten van vervoer tot een verandering van hun reispatroon. Die verandering kan meebrengen dat een werkgever de vaste reiskostenvergoeding moet aanpassen of geheel of gedeeltelijk tot het loon moet rekenen. Dit vind ik in deze bijzondere omstandigheden niet doelmatig en ongewenst. Daarom keur ik voor zoveel nodig het volgende goed. 

Goedkeuring
Ik keur voor zoveel nodig goed dat een werkgever [...] voor een vaste reiskostenvergoeding geen gevolgen verbindt aan een wijziging in het reispatroon van een werknemer. De werkgever kan deze goedkeuring ook toepassen voor een vaste reiskostenvergoeding met nacalculatie. Dit betekent dat de werkgever voor deze periode mag blijven uitgaan van de aangenomen feiten waar de vergoeding op gebaseerd is.

Met andere woorden, het is voor werkgevers nog steeds mogelijk de reiskostenvergoeding aan te passen op het moment dat de werknemer deze reiskosten niet meer maakt. De Staatssecretaris geeft echter goedkeuring om de (vaste) reiskostenvergoeding te laten doorlopen indien de werkgever dit wenst, zonder dat hier fiscale gevolgen aan zijn verbonden. Dit laatste gezien de bijzondere omstandigheden van de coronacrisis. 

12. Is het vakantiegeld dat ik uitbetaal in mei onderdeel van de loonsom maart, april en mei, voor de NOW?

Nee, bij het bepalen van de loonsom over de maanden maart, april en mei wordt het vakantiegeld niet meegenomen in de loonsom. Wordt er geen vakantiegeld gereserveerd, maar bijvoorbeeld maandelijks uitbetaald, dan volgt eenzelfde correctie waarmee ook hier geen rekening wordt gehouden met het vakantiegeld (in de opslag voor werkgeverslasten van 30% zit de vakantiebijslag namelijk al inbegrepen).

13. Als buitenlandse onderneming heb ik geen Nederlands bankrekeningnummer, is dat een probleem bij de aanvraag NOW?

Rechtspersonen of natuurlijke personen die in het buitenland gevestigd zijn en werkgever zijn van in Nederland sociaalverzekerde medewerkers, kunnen een beroep doen op de NOW. Als buitenlandse werkgever komt u daarom ook in aanmerking voor subsidie voor zover u medewerkers in dienst heeft, die in Nederland sociaal verzekerd zijn.

Echter, voor de NOW heeft u een Nederlands bankrekeningnummer nodig. Het is mogelijk dat uw rekeningnummer dat gekoppeld is aan het loonheffingennummer, een buitenlands rekeningnummer is. Het is om uitvoeringstechnische redenen voor het UWV niet mogelijk een subsidieaanvraag te behandelen waarin een buitenlandse bankrekeningnummer is opgegeven. In deze gevallen zal het UWV u vragen om binnen vier weken een Nederlands rekeningnummer door te geven. De subsidie zal vervolgens betaald worden op dit Nederlandse rekeningnummer.

Onze ervaring is dat het niet eenvoudig is voor een buitenlandse rechtspersoon of natuurlijke persoon om een Nederlandse bankrekening te openen. Speelt deze situatie bij u? Dan verzoeken wij u contact met ons op te nemen.

14. Ben ik als werkgever verplicht een tijdelijk contract dat van rechtswege afloopt gedurende de ‘NOW periode’ te verlengen?

Bij de aanvraag van de NOW verplicht u zich géén ontslag op grond van bedrijfseconomische redenen aan te vragen voor uw medewerkers, gedurende de periode waarover de tegemoetkoming ontvangen wordt. Het is echter wel toegestaan om tijdelijke dienstverbanden te beëindigen op het moment dat het huidige contract voor bepaalde tijd eindigt. 

Let op: het niet voortzetten van een tijdelijk contract heeft mogelijk tot gevolg dat de loonsom van de onderneming lager wordt en dit kan weer effect hebben op de uiteindelijke vaststelling van de NOW-subsidie.

15. Mag ik mijn medewerkers vragen vakantiedagen in te leveren nu er geen werk is en de medewerker thuis zit?

U mag als werkgever uw medewerkers niet verplichten vakantie op te nemen als er door het coronavirus minder werk is. Vakantie kan alleen in overleg worden opgenomen. Is er door het coronavirus onvoldoende werk, of besluit u de zaak tijdelijk te sluiten? Dan is het uitgangspunt dat u het salaris van de medewerkers doorbetaalt. Het is wel mogelijk om samen met uw medewerkers afspraken te maken over het opnemen van vakantiedagen als er door het coronavirus minder werk is. Komt u met uw medewerkers overeen dat zij een aantal vakantiedagen vrijwillig opnemen? Dan is dat uiteraard geen enkel probleem.

U kunt uw medewerkers wel verplicht ADV-uren laten opnemen als er door het coronavirus minder werk is. Op basis van rechtspraak is de vakantiewetgeving niet van toepassing op ADV-uren. Daarom moet u altijd kijken welke schriftelijke afspraken er over ADV-uren zijn gemaakt. Is schriftelijk afgesproken dat u als werkgever kunt bepalen wanneer de medewerkers ADV-uren moet opnemen? Dan heeft u als werkgever deze mogelijkheid.

16. Mijn medewerker had vakantie aangevraagd, maar wil dit nu niet meer opnemen. Mag hij deze intrekken?

Als vakantiedagen zijn vastgesteld, moet een medewerker deze in principe opnemen. U moet zwaarwegende omstandigheden hebben om niet mee te werken aan intrekking. U kunt zich op het standpunt stellen in deze coronacrisis niet mee te kunnen werken aan de intrekking, omdat de bedrijfseconomische gevolgen groot zijn en het nu niet redelijk is om de verlofaanspraken te vergroten.

Let op: het bovenstaande blijft per onderneming specifiek en het is onduidelijk hoe rechters hier tegenaan kijken. Heeft u vragen over een ontvangen verzoek tot intrekking van vakantiedagen? Dan verzoeken wij u contact met ons op te nemen.

17. Vakantiegeld uitstellen, mag dat?

Volgens de Wet Minimumloon en Minimum vakantiebijslag (afgekort WMM) dient u als werkgever het vakantiegeld in juni uit te betalen. Maar omdat de WMM ook bepaalt dat het is toegestaan om hier schriftelijk van af te wijken, indien het vakantiegeld minimaal één keer per kalenderjaar uitbetaald wordt, vindt de uitbetaling volgens een aantal Cao’s of individuele overeenkomsten plaats in de maand mei. De mogelijkheid om na overleg met uw medewerkers schriftelijk af te wijken, schept mogelijkheden om te besluiten om de uitbetaling van het vakantiegeld eenmalig uit te stellen of in termijnen te voldoen. De vakbonden hebben onlangs laten weten niet blij te zijn met deze ontwikkeling maar coulant met deze optie om te gaan in situaties waar de werkgever in financiële problemen komt. Rechtsbijstandverzekeringen staan niet geheel negatief tegenover deze ontwikkeling. Het is immers ook in het belang van de medewerker dat uw onderneming overeind blijft.

Er zit echter wel een maar aan. Wanneer de financiële situatie niet verbetert en u onverhoopt een faillissement voor uw onderneming moet aanvragen, dan ontvangen de medewerkers van het UWV niet het gehele gederfde vakantiegeld. Zij kunnen ten hoogste over de laatste twaalf maanden voorafgaand aan de dag van het faillissement aanspraak maken op een betaling van vakantiegeld. Betaalt u het vakantiegeld normaal gesproken in mei en stelt u het nu uit tot bijvoorbeeld oktober en uw onderneming gaat failliet in de maand september? Dan verliezen de medewerkers het vakantiegeld over de maanden juni tot en met augustus 2019.

Ons advies is om met uw medewerkers in overleg te gaan over een eventueel uitstel. Heeft u hierover vragen? Neemt u dan contact met ons op via de contactgegevens onderaan deze pagina.

18. Mag ik mijn medewerkers vragen vakantiegeld in te leveren?

Door de coronacrisis kunt u in financiële problemen komen. Het uitbetalen van vakantiegeld kan dan slecht uitkomen. U mag als werkgever niet eenzijdig besluiten het vakantiegeld te verlagen. Verlagen van het vakantiegeld kan alleen in overleg met de medewerker. Hetzelfde geldt ook voor het uitstellen van de betaling van het vakantiegeld. Daarbij geldt wel dat, gezien de bijzondere omstandigheden, van medewerkers redelijkerwijs verwacht mag worden dat zij instemmen met een uitstel van uitbetaling van vakantiegeld. 

Let op: het bovenstaande blijft per onderneming specifiek. Heeft u vragen over het uitstellen van de betaling van vakantiegeld? Dan verzoeken wij u contact met ons op te nemen.

Heeft u nog vragen?

Neem direct contact op met mr. R.A. (Reinier) Meesters, Sr. Adviseur HRM / Belastingadviseur bij HLB Van Daal in Gemert.

Stuur een e-mail of bel +31 (0)492 36 12 48
mr. R.A. (Reinier) Meesters