Menu
Actueel

Werkgevers, blijf ook na 1 januari 2020 wakker!

Gepubliceerd op

Ben je als werkgever verplicht een slapend dienstverband op verzoek van de medewerker te beëindigen? Over die vraag heeft de Hoge Raad in november vorig jaar geoordeeld. De uitkomst: ja, die verplichting heb je als werkgever op grond van goed werkgeverschap. Maar welke voorwaarden gelden er? En zijn er situaties waarin je hier níet in mee hoef te gaan als werkgever? Wij zetten het voor je op een rij.

Werkgevers, blijf ook na 1 januari 2020 wakker!

Met ingang van 1 januari 2020 is de opbouw van de transitievergoeding gewijzigd. In sommige situaties leidt dit tot een lagere transitievergoeding waardoor voor de compensatieregeling het overgangsrecht geldt. Dit overgangsrecht zegt het volgende:

  • Ligt het einde van de 104 weken ziekte van de medewerker vóór 1 januari 2020?
  • En is de procedure om de arbeidsovereenkomst te beëindigen gestart ná 1 januari 2020?
  • Dan wordt de compensatie ook berekend volgens de nieuwe berekening.

Ben je dus als werkgever verplicht een slapend dienstverband op verzoek van de medewerker te beëindigen? Ja, als voldaan is aan de vereisten die beëindiging van de arbeidsovereenkomst vanwege langdurige arbeidsongeschiktheid mogelijk maken. Je bent dan als werkgever op grond van goed werkgeverschap verplicht in te stemmen met een voorstel van de medewerker tot beëindiging van het (slapende) dienstverband met wederzijds goedvinden.

Als werkgever moet je daarnaast instemmen met een vergoeding ter hoogte van de transitievergoeding zoals de medewerker daar recht op zou hebben bij beëindiging van de arbeidsovereenkomst na 104 weken (of na de periode van een eventuele loonsanctie).

In de praktijk: 

Het Hof ’s-Hertogenbosch oordeelde op donderdag 8 januari 2020 in een zaak dat een werkgever een transitievergoeding moet betalen aan een medewerker met een slapend dienstverband, ook al was deze inmiddels met pensioen. De werkgever gaf aan dat de verzoeken van de medewerker tot beëindiging van de arbeidsovereenkomst waren gedaan vóór de uitspraak van de Hoge Raad, waardoor de verplichting voor hem als werkgever om in te stemmen met het verzoek niet zou gelden. Het Hof ’s-Hertogenbosch veegde dat argument van tafel en veroordeelde de werkgever tot het betalen van een schadevergoeding ter hoogte van de transitievergoeding. 

Heeft u nog vragen?

Neem direct contact op met D.H.L. (Danique) Burgerjon, Junior Jurist bij HLB Van Daal in Schijndel.

Stuur een e-mail of bel +31 (0)73 547 49 47
D.H.L. (Danique) Burgerjon