Menu
Actueel

Wet tegemoetkomingen loondomein

Gepubliceerd op

De Wet tegemoetkomingen loondomein bestaat ook in 2020 uit drie onderdelen: het lage-inkomensvoordeel (LIV), het jeugd-lage-inkomensvoordeel (jeugd-LIV) en het loonkostenvoordeel (LKV). Het LIV, jeugd-LIV en LKV over 2020 worden in 2021 automatisch uitbetaald als uit de loonaangiften blijkt dat u als werkgever hier recht op heeft. Op deze pagina leest u meer informatie.

Wet tegemoetkomingen loondomein

1. Het lage-inkomensvoordeel in 2020

Bedragen LIV 2020

De hoge en lage tegemoetkoming worden vanaf dit jaar samengevoegd naar één uniforme tegemoetkoming van € 0,51 per verloond uur, met een maximum van € 1.000 per werknemer per jaar. Deze tegemoetkoming geldt voor werknemers met een uurloon van meer dan € 10,29, maar niet meer dan € 12,87 per uur.

Tip! U kunt het uurloon van uw werknemers zelf beïnvloeden om te zorgen dat u zo veel mogelijk van het LIV profiteert. Bijvoorbeeld door werknemers die iets boven de grens van het uurloon verdienen een kostenvergoeding via de werkkostenregeling te geven in ruil voor iets minder loon. Uiteraard kan dit alleen binnen de geldende wettelijke fiscale mogelijkheden.

Voorwaarden LIV

  • De werknemer voldoet aan een vastgesteld gemiddeld uurloon (gebaseerd op minimaal 100% en maximaal 125% van het wettelijk minimumloon).
  • De werknemer is verzekerd voor de werknemersverzekeringen.
  • Er is sprake van een substantiële baan (minimaal 1.248 verloonde uren per kalenderjaar).
  • De werknemer heeft de AOW-gerechtigde leeftijd nog niet bereikt.

2. Het jeugd-lage-inkomensvoordeel in 2020

Bedragen jeugd-LIV 2020

Indien een werknemer binnen de uurloongrenzen valt en voldoet aan de overige voorwaarden, dan heeft een werkgever voor een werknemer recht op het jeugd-LIV. Hoeveel het voordeel precies is, hangt zowel af van het aantal verloonde uren als van de leeftijd van de werknemer. De bedragen zijn ten opzichte van eerdere jaren enigszins versoberd.

Let op! Een werkgever die gebruikmaakt van bbl-leerlingen (beroepsbegeleidende leerweg) kan ook in aanmerking komen voor het jeugd-LIV. De werkgever krijgt deze tegemoetkoming als hij de bbl-leerling betaalt volgens het wettelijk minimumjeugdloon dat hoort bij zijn leeftijd. De werkgever mag de bbl-leerling ook minder betalen dan het wettelijk minimumjeugdloon. Doet hij dat, dan is er geen recht op jeugd-LIV.
Let op! Indien de werkgever in de loonaangifte onjuiste gegevens heeft opgenomen terwijl het voor de toepassing van deze wet van belang is dat deze juist zijn, kan hem een bestuurlijke boete van maximaal € 1.319 per gegeven per werknemer per jaar worden opgelegd.

Voorwaarden jeugd-LIV

De werknemer is verzekerd voor de werknemersverzekeringen.

  • De werknemer heeft een gemiddeld uurloon dat hoort bij het wettelijk minimumjeugdloon voor zijn leeftijd.
  • De werknemer was op 31 december van het voorafgaande jaar 18, 19 of 20 jaar.

Het gemiddelde uurloon is het loon uit dienstbetrekking van een jaar, gedeeld door het aantal verloonde uren in dat jaar.

Uurloongrenzen 2020

De uurloongrenzen voor de verschillende leeftijden voor de jeugd-LIV bedragen per 1 juli 2020:

3. Loonkostenvoordelen in 2020

Vanaf 2018 hebben werkgevers die oudere uitkeringsgerechtigden, arbeid beperkten of werknemers die onder de doelgroep banenafspraak en scholing belemmerden vallen in dienst nemen, recht op zogenaamde loonkostenvoordelen (LKV’s). De voorwaarden hiervoor blijven in 2020 gelijk.

Voorwaarden loonkostenvoordelen

Als bij aanvang van de dienstbetrekking aan de voorwaarden wordt voldaan, kan de werkgever gedurende drie jaar een verzoek tot een tegemoetkoming indienen. Voor het ‘LKV herplaatsen arbeidsgehandicapte werknemer’ geldt een periode van één in plaats van drie jaar.

Om in aanmerking te komen voor het LKV gelden de volgende voorwaarden:

  • De werknemer beschikt over een doelgroepverklaring.
  • De werknemer was niet op enig moment in de periode van zes maanden voorafgaand aan datum indiensttreding bij de werkgever in dienst (de antidraaideurbepaling) (uitzondering bij herplaatsen arbeidsgehandicapte werknemer).
  • De werknemer heeft de AOW-gerechtigde leeftijd nog niet bereikt.
  • De werknemer verricht geen arbeid als bedoeld in artikel 2 van de Wet sociale werkvoorziening of artikel 10b, derde lid, van de Participatiewet.
  • De werknemer is verzekerd voor de werknemersverzekeringen.

Daarnaast gelden per soort LKV nog aanvullende voorwaarden. Als uw werknemer voldoet aan alle voorwaarden kan hij een doelgroepverklaring aanvragen.

Let op! Een doelgroepverklaring moet binnen drie maanden na indiensttreding worden afgegeven. Zorg dus dat deze tijdig wordt aangevraagd.

Actualiteit corona: als gevolg van corona is de termijn voor aanvraag van de doelgroep verklaring voor werknemers die in de periode tussen 1 januari 2020 en 1 juni 2020 in dienst zijn getreden, verlengd naar zes maanden. De werkgever heeft dus langer de tijd de verklaring te bemachtigen. Het handigst is om de werknemer te vragen een machtiging te ondertekenen.

Met deze doelgroepverklaring kunt u het LKV aanvragen in uw aangifte loonheffingen.

Er is geen sprake van herplaatsing als de werknemer voor de eerste WIA-dag het werk in zijn huidige of nieuwe functie geheel of gedeeltelijk heeft hervat (bijvoorbeeld als onderdeel van de re-integratie). Er bestaat in die situatie geen recht op het LKV herplaatsing arbeidsgehandicapte werknemer.

Een loonwaardebepaling in het kader van de loonkostensubsidie is niet hetzelfde is als een doelgroepverklaring voor het LKV banenafspraak en scholingsbelemmerden. Een doelgroepverklaring voor het LKV banenafspraak en scholingsbelemmerden kan worden aangevraagd bij het UWV en is een noodzakelijke voorwaarde voor het recht op dit LKV. Een loonwaardebepaling is dus niet geldig als doelgroepverklaring.

Bron: SRA - Update Special Lonen 2020 

Heeft u nog vragen?

Neem direct contact op met B.J. (Richard) ten Have RPP, Adviseur HRM bij HLB Van Daal in Waalwijk.

Stuur een e-mail of bel +31 (0)416 33 05 05
B.J. (Richard) ten Have RPP