Menu
Actueel

Tips voor ondernemers

Gepubliceerd op

Het nieuwe jaar is in zicht. Wat u dit jaar nog kunt of moet regelen als ondernemer? Dat leest u op deze pagina.

Tips voor ondernemers

Speel in op lagere tarieven

Behalve het tarief in de eerste schijf van box 1 in de inkomstenbelasting daalt ook het lage tarief in de vennootschapsbelasting volgend jaar. Over de eerste € 245.000 winst betaalt uw bv dan 15% Vpb in plaats van 16,5% in 2020. Het is daarom vaak voordelig om kosten van uw onderneming, indien mogelijk, zo veel mogelijk in de tijd naar voren te halen en opbrengsten, indien mogelijk, zo veel mogelijk uit te stellen. Denk bijvoorbeeld aan de kostenegalisatiereserve, de herinvesteringsreserve, voorzieningen en aan vervroegd afschrijven.

Optimaliseer uw (kleinschaligheids)investeringsaftrek (KIA)

Let op het moment van het aangaan van investeringsverplichtingen (geven opdracht, ondertekening offerte e.d.) in combinatie met de tabel van de kleinschaligheidsinvesteringsaftrek. Het percentage aan aftrek is in 2020 het hoogst als het totaal aan verplichtingen ligt tussen € 2.400 en € 58.238. Het plannen en (indien mogelijk) spreiden van investeringsverplichtingen, loont vaak de moeite.

  • Het bedrijfsmiddel moet in gebruik genomen zijn in 2020 óf er moet voldoende aanbetaald zijn. Anders schuift de aftrek door naar latere jaren. Afhankelijk van de verwachte winsten kan het aantrekkelijk zijn nog in 2020 een aanbetaling te doen. Let daarbij wel op risico’s bij faillissement van de leverancier.
  • Betaal in ieder geval 25% van een nog niet in gebruik genomen investering binnen 12 maanden na het aangaan van de verplichting tot aankoop van het bedrijfsmiddel. Doet u dit niet, dan komt de hele investeringsaftrek te vervallen (tenzij sprake is van overmacht).
  • Soms mag u bedrijfsmiddelen willekeurig afschrijven, zoals sommige bedrijfsmiddelen die op de Milieulijst staan. Heeft u deze nog niet in gebruik genomen, dan kunt u toch willekeurig afschrijven over maximaal het bedrag dat u in het jaar van investeren heeft betaald.
  • Heeft u in de afgelopen vijf jaar gebruikgemaakt van de investeringsaftrek en verkoopt u het bedrijfsmiddel weer of ruilt u het in, dan krijgt u mogelijk te maken met de desinvesteringsbijtelling, waardoor u een gedeelte van de aftrek weer moet terugbetalen. Houd hier rekening mee en wacht, voor zover mogelijk, met de desinvestering. Bedrijfsmiddelen met een investeringsbedrag van minder dan € 450 zijn uitgesloten van aftrek, maar ook uitgesloten zijn bijvoorbeeld goodwill, grond, woonhuizen en personenauto’s die niet bestemd zijn voor beroepsvervoer.

Vorm een herinvesteringsreserve voor een verkocht bedrijfsmiddel

Heeft u een bedrijfsmiddel verkocht en daarbij een boekwinst behaald, reserveer deze dan in een herinvesteringsreserve en stel daarmee belastingheffing uit. U kunt de herinvesteringsreserve in stand houden gedurende maximaal drie jaar na het jaar waarin u het bedrijfsmiddel heeft verkocht. Investeert u binnen deze termijn in een ander bedrijfsmiddel, dan boekt u de herinvesteringsreserve af op de aanschafprijs van het nieuwe bedrijfsmiddel. Investeert u niet tijdig in een ander bedrijfsmiddel, dan valt de herinvesteringsreserve aan het einde van het derde jaar in de winst. Door de verlaging van de tarieven de komende jaren kunnen een reservering en een latere vrijval toch voordelig zijn.

Voor het vormen en aanwenden van een herinvesteringsreserve is een voorwaarde dat u een vervangingsvoornemen heeft en houdt. U kunt dit aannemelijk maken door bijvoorbeeld offertes aan te vragen en advies in te winnen over een vervangend bedrijfsmiddel. Laat u zich hierover goed informeren en adviseren.

Tip! Stelt u bepaalde vermogensbestanddelen ter beschikking aan bijvoorbeeld uw bv? Dan mag u als terbeschikkingsteller ook een herinvesteringsreserve vormen.

Voorkom verliesverdamping

Beoordeel of uw ondernemingsverlies uit het verleden nog tijdig kan worden verrekend. U kunt namelijk in de vennootschapsbelasting uw verlies alleen verrekenen met de belastbare winst uit het voorafgaande jaar (carry-back) of met de winsten uit de komende zes jaar (carry-forward). Uw ondernemingsverlies in de inkomstenbelasting kunt u verrekenen met positieve inkomsten in box 1 uit de drie voorafgaande jaren en de negen volgende jaren.

Tip! Dreigt uw verlies uit het verleden verloren te gaan vanwege het verlopen van de termijn? Kijk dan of het mogelijk is om uw winst dit jaar te verhogen. U kunt bijvoorbeeld bepaalde uitgaven uitstellen of omzetten eerder realiseren. Een in januari geplande verkoop van een bedrijfsmiddel wordt dan wellicht in december extra aantrekkelijk. Overleg met uw adviseur over de mogelijkheden.

Let op! De voorwaartse verliesverrekening voor de vennootschapsbelasting is in 2019 teruggebracht van negen naar zes jaar. Op deze vorm van verliesverrekening is overgangsrecht van toepassing. Dit betekent dat de nieuwe, kortere termijn van voorwaartse verliesverrekening niet geldt voor verliezen die tot 2019 zijn geleden. Deze verliezen houden gewoon hun bestaande verrekentermijn van negen jaar en verdampen dus uiterlijk pas na 2027.

Verder geldt de hoofdregel, dat oudere verliezen vóór nieuwere verliezen verrekend worden, niet als dit in de nieuwe situatie ongunstig uitpakt voor de belastingplichtige. Op deze manier worden de bestaande regels zo veel mogelijk gerespecteerd.

Let op! Het kabinet heeft op Prinsjesdag voorgesteld om per 1 januari 2022 de verliesverrekening in de vennootschapsbelasting te beperken tot 50% van de belastbare winst. Deze maatregel wordt voorgesteld in combinatie met een onbeperkte voorwaartse verliesverrekening, in plaats van de huidige zes jaar. Daarbij wordt voorgesteld dat de verliezen tot een bedrag van € 1 miljoen aan belastbare winst volledig verrekenbaar zijn. Voor zover de belastbare winst hoger is dan € 1 miljoen, worden die verliezen – uiteraard voor zover zij meer bedragen dan € 1 miljoen – slechts tot een bedrag van 50% van de belastbare winst boven € 1 miljoen verrekend. Het wetsvoorstel moet nog worden goedgekeurd, dus het is nog niet zeker of het voorstel in de voorgestelde vorm zal worden overgenomen.

Verwerk personeelsuitgaven en relatiegeschenken in laatste btw-aangifte

Eind januari leveren de meeste ondernemers de laatste btw-aangifte van het jaar 2020 in. Vergeet hierin niet de uitgaven voor uw personeel en relatiegeschenken. De btw op deze uitgaven is niet altijd aftrekbaar, ook niet als je prestaties verricht die belast zijn met btw. Personeelsuitgaven zijn bijvoorbeeld personeelsfestiviteiten en het bekende kerstpakket. Relatiegeschenken kunnen verschillend van aard zijn, maar ook hier is een bekend voorbeeld het kistje wijn met kerst. Voor een aantal voorzieningen geldt een uitzondering of een speciale regeling. Dit geldt onder meer voor verhuiskosten, de auto van de zaak en voor fietsen.

Let op! De btw ten aanzien van personeelsuitgaven is in beginsel niet aftrekbaar als de uitgaven voor het personeelslid in een jaar meer bedragen dan € 227 ex btw. Blijven de uitgaven onder dit bedrag, dan is de btw wel aftrekbaar. Vaak is dit een van de eerste zaken waar de Belastingdienst op let bij een btw-controle.

Ook de aftrek van btw op relatiegeschenken is soms beperkt. De btw is namelijk niet aftrekbaar als de ontvanger van uw geschenk – als hij het zelf zou kopen – minder dan 30% van de btw in aftrek zou kunnen brengen én u in dat jaar aan deze relatie meer dan € 227 (ex btw) aan relatiegeschenken hebt gegeven. Hebt u op genoemde uitgaven in de loop van het jaar te veel of juist te weinig btw in aftrek gebracht, dan dient u dit in de laatste btw-aangifte te corrigeren.

Verlenging uitstel van betaling (corona)

Bent u met uw bedrijf in betalingsproblemen gekomen door de coronacrisis, dan kunt u nog tot en met 1 april 2020 bijzonder uitstel van betaling aanvragen of een eerdere aanvraag voor bijzonder uitstel van betaling van uw belastingen verlengen. De regeling voor dit bijzonder uitstel van betaling eindigt uiterlijk 1 april 2020. Wanneer uw bijzonder uitstel afloopt, moet u bij de eerstvolgende aangifte uw belasting weer op tijd betalen. Vanaf 1 juli 2021 begint de afbetaling van de openstaande belastingbedragen waarvoor u uitstel van betaling hebt gekregen. U krijgt hiervoor drie jaar lang de tijd.

Vraag btw op oninbare vordering terug

Als uw afnemers/debiteuren u niet betalen, kunt u de al in rekening gebrachte en afgedragen btw onder voorwaarden terugkrijgen. Het moet dan duidelijk zijn dat uw afnemer niet zal betalen, zoals bij een faillissement. De btw op de vordering kan in de reguliere aangifte worden teruggevraagd in het tijdvak waarin de vordering oninbaar is gebleken. Bij fictie is een niet betaalde vordering sowieso één jaar na de opeisbaarheid daarvan oninbaar. U doet er dan verstandig aan de btw in dat tijdvak via de btw-aangifte terug te vragen. Een later ingediend verzoek om teruggaaf biedt minder zekerheid op succes. Soms is ook al eerder duidelijk dat u niet meer op betaling hoeft te rekenen.

Tip! Als een vordering één jaar na opeisbaarheid nog niet is betaald, kunt u de btw in ieder geval terugvragen.

Maak gebruik van de (nieuwe) KOR

De kleine ondernemersregeling (KOR) in de omzetbelasting is per 2020 gewijzigd. De nieuwe KOR is een vrijstellingsregeling. Ondernemers met een lagere jaaromzet dan € 20.000 kunnen hiervoor kiezen. De regeling is niet verplicht. De keuze voor de nieuwe KOR houdt in dat u geen btw in rekening hoeft te brengen en automatisch bent ontheven van allerlei btw-verplichtingen. Wilt u vanaf 2021 deelnemen? Meld u dan vóór 3 december aan bij de Belastingdienst. Meldt u zich later aan, dan kunt u pas met ingang van het volgende kwartaal deelnemen. Een eenmaal gemaakte keuze voor de KOR geldt in beginsel voor drie jaar. Met name voor ondernemers die te maken hebben met afnemers/klanten die de btw niet kunnen terugvragen, kan de KOR uitkomst bieden.

Let op! U verliest ook uw recht op btw-aftrek. De nieuwe KOR geldt nu ook voor rechtspersonen, zoals bv’s, stichtingen en verenigingen. Ondernemers die hebben gekozen voor de nieuwe KOR en die vervolgens in de loop van enig jaar de omzetgrens van € 20.000 overschrijden, worden vanaf dat moment weer btw-plichtig.

Kies een specialist bij jou in de buurt:

Heeft u nog vragen?

Neem direct contact op met mr. E. (Bert) Nannen, Vennoot / Fiscalist bij HLB Nannen in Groningen.

Stuur een e-mail of bel +31 (0)50 526 65 33
mr. E. (Bert) Nannen

Heeft u nog vragen?

Neem direct contact op met drs. H.L. (Herwin) Hadders RB, Partner bij HLB Blömer in Nieuwegein.

Stuur een e-mail of bel +31 (0)6 10 91 66 27
drs. H.L. (Herwin) Hadders RB

Heeft u nog vragen?

Neem direct contact op met mr. E. (Bert) Nannen, Vennoot / Fiscalist bij HLB Nannen in Groningen.

Stuur een e-mail of bel +31 (0)50 526 65 33
mr. E. (Bert) Nannen

Heeft u nog vragen?

Neem direct contact op met E. (Esther) Leenders MSc, Belastingadviseur bij HLB Witlox Van den Boomen in Schijndel.

Stuur een e-mail of bel +31 (0)73 547 49 47
E. (Esther) Leenders MSc

Heeft u nog vragen?

Neem direct contact op met E. (Esther) Leenders MSc, Belastingadviseur bij HLB Witlox Van den Boomen in Schijndel.

Stuur een e-mail of bel +31 (0)73 547 49 47
E. (Esther) Leenders MSc

Heeft u nog vragen?

Neem direct contact op met mr. J.M.M. (Hans) Blankendaal, Partner bij HLB Amsterdam in Amsterdam.

Stuur een e-mail of bel +31 (0)6 22 66 29 77
mr. J.M.M. (Hans) Blankendaal

Heeft u nog vragen?

Neem direct contact op met drs. H.L. (Herwin) Hadders RB, Partner bij HLB Blömer in Nieuwegein.

Stuur een e-mail of bel +31 (0)6 10 91 66 27
drs. H.L. (Herwin) Hadders RB

Heeft u nog vragen?

Neem direct contact op met P.H.P.J. (Pascal) Scheerder, Partner / Belastingadviseur bij HLB Den Hartog in Rotterdam.

Stuur een e-mail of bel +31 (0)10 278 11 00
P.H.P.J. (Pascal) Scheerder

Heeft u nog vragen?

Neem direct contact op met P.H.P.J. (Pascal) Scheerder, Partner / Belastingadviseur bij HLB Den Hartog in Rotterdam.

Stuur een e-mail of bel +31 (0)10 278 11 00
P.H.P.J. (Pascal) Scheerder