Delen
Prinsjesdag 2020 ondernemers en ondernemingen | HLB Blömer
Menu
Actueel

Prinsjesdag 2020: Ondernemers en ondernemingen

Gepubliceerd op

Van aanpassingen in de werkkostenregeling en de verdere verlaging van de zelfstandigenaftrek tot wijzigingen in de vennootschapsbelasting; ook voor ondernemingen hebben wijzigingen in het Belastingplan 2021 de nodige gevolgen. Lees hieronder waar u als ondernemer op moet letten.

Prinsjesdag 2020: Ondernemers en ondernemingen

De zelfstandigenaftrek wordt verder afgebouwd. Dit wordt gecompenseerd door de verhoging van de arbeidskorting en de verlaging van de inkomstenbelasting. De maximale zelfstandigenaftrek in 2021 bedraagt €6.670 (2020: €7.030). Vanaf 2021 wordt de zelfstandigenaftrek sneller afgebouwd dan in het Belastingplan 2020 was opgenomen. De zelfstandigenaftrek gaat in acht stappen van €360, één stap van €390 en acht stappen van € 110 omlaag naar uiteindelijk €3.240 in 2036.

De zelfstandigenaftrek is een bedrag dat ondernemers in de inkomstenbelasting mogen aftrekken van hun winst, mits ze 1.225 uur hebben gewerkt als ondernemer en ten minste 50% van hun tijd in de onderneming hebben gewerkt. Met de zelfstandigenaftrek verlaagt u het bedrag waarover u inkomstenbelasting bent verschuldigd. Hierdoor hoeft u dus per saldo minder inkomstenbelasting af te dragen aan de Belastingdienst.

Er komt een apart voorstel om de verliesverrekening in de vennootschapsbelasting aan te passen. Per 1 januari 2022 gaat een in de tijd onbeperkte voorwaartse verliesverrekening gelden (dit is nu zes jaar voorwaarts). Echter, daarbij zijn de verliezen (zowel voorwaarts als achterwaarts) slechts tot een bedrag van 1 miljoen euro aan belastbare winst volledig verrekenbaar. Bij een hogere winst zijn de verliezen slechts tot 50 procent van die hogere belastbare winst in een jaar verrekenbaar. Hierdoor betalen grotere winstgevende bedrijven in winstjaren altijd vennootschapsbelasting.

Let op! Het wetsvoorstel moet nog worden ingediend.

Per 1 januari 2020 is bij de vrije ruimte van de werkkostenregeling (WKR) sprake van een tweeschijvenstelsel:

  • Tot een loonsom van € 400.000 is de vrije ruimte 1,7% (in 2020 is dit voor één jaar verhoogd naar  3%).
  • Vanaf € 400.001 is de vrije ruimte 1,2%.

Vanaf 2021 wordt het percentage van 1,2% verlaagd naar 1,18%. Het tarief in de eerste schijf gaat dan weer terug 1,7%. Komen de vergoedingen en verstrekkingen uit boven de vrije ruimte, dan is een eindheffing van 80% verschuldigd.

Tip! Komt u met uw vergoedingen en verstrekkingen volgend jaar wellicht boven de vrije ruimte uit (loonsom meer dan €400.000) en heeft u de mogelijkheid om deze naar voren te halen? Dan kunt u belasting besparen door het toepassen van de 1,2% dit jaar in plaats van 1,18% in 2021.

De kleinschaligheidsinvesteringsaftrek (KIA of investeringsaftrek) is bedoeld om investeringen van relatief geringe omvang te bevorderen. De hoogte van de investeringsaftrek is afhankelijk van het jaarlijkse investeringsbedrag. De investeringsaftrek is sinds 2010 niet altijd een percentage van het investeringsbedrag, maar bij sommige investeringsbedragen een vast maximumbedrag. Op dit moment blijkt uit de wettekst waarin de investeringsaftrek is opgenomen onvoldoende hoe deze moet worden berekend als sprake is van een onderneming die via een samenwerkingsverband, zoals een vof of maatschap, wordt gedreven.

Deze onduidelijkheid heeft geleid tot gerechtelijke procedures, waarin de Hoge Raad uiteindelijk uitspraak deed. De Hoge Raad oordeelt dat eerst het bedrag van de investeringsaftrek op basis van het totaal aan investeringen moet worden berekend. Vervolgens heeft de ondernemer recht op een deel van deze investeringsaftrek, naar evenredigheid van zijn aandeel in het totaal aan investeringen.

De Hoge Raad heeft echter een uitzondering gemaakt op deze berekeningswijze. Als de investeringsaftrek op basis van het totaal aan investeringen uitkomt op het vaste maximumbedrag, heeft de ondernemer recht op dit maximumbedrag. In dat geval is dus geen sprake van een herberekening van de investeringsaftrek naar evenredigheid. Het kabinet vindt dit onwenselijk en wijzigt de investeringsaftrek zo, dat de herberekening naar evenredigheid alsnog plaatsvindt. In het onderstaande voorbeeld is dit cijfermatig uitgewerkt.

We geven een voorbeeld:

Een ondernemer maakt deel uit van een vof en heeft recht op 50% van de overwinst. Ook heeft hij buitenvennootschappelijk ondernemingsvermogen. De vof heeft in een jaar €40.000 geïnvesteerd. De ondernemer heeft dus €20.000 (50% van €40.000) in de onderneming geïnvesteerd. Daarnaast heeft de ondernemer €60.000 in zijn buitenvennootschappelijke ondernemingsvermogen geïnvesteerd. Het totale investeringsbedrag is dan €100.000. Hiervoor geldt het vaste maximumbedrag aan investeringsaftrek van €16.307. Volgens de uitspraak van de Hoge Raad zou de ondernemer dit bedrag als investeringsaftrek mogen claimen. Op grond van de voorgestelde wetswijziging wordt dit bedrag als volgt herberekend: (50% x €40.000 + €60.000) / €100.000 x €16.307 = €13.046

Tot slot heeft de wetgever duidelijk gemaakt dat de investeringsaftrek – in tegenstelling tot het oordeel van de Hoge Raad – per onderneming en niet per ondernemer moet worden berekend. Dit heeft gevolgen voor de ondernemer die meerdere ondernemingen drijft. Cijfermatig werkt de voorgestelde wetswijziging dan als volgt uit:

Ook hierbij een voorbeeld:

Een ondernemer drijft twee ondernemingen, een fietsenhandel en een manege. In een jaar investeert hij in beide ondernemingen €40.000, waardoor het totale investeringsbedrag €80.000 bedraagt. In dat geval bedraagt de investeringsaftrek volgens de Hoge Raad het vastgestelde maximumbedrag van €16.307. Volgens de wetgever moet de investeringsaftrek per onderneming worden vastgesteld. De investeringsaftrek per onderneming is 28% x €40.000 = €11.200. De ondernemer mag hierdoor in totaal 2 x €11.200 = €22.400 aan investeringsaftrek claimen.

Tip! Investeren in uw onderneming of ondernemingen kan gevolgen hebben voor de omvang van de investeringsaftrek. Hierdoor kan het lonen om investeringen naar voren te halen of juist uit te stellen. Plan uw investeringen daarom goed en laat u adviseren.